Middels het onderwijsprogramma 'Mijn leefomgeving en ik' werken scholen aan verschillende basisvaardigheden en in het bijzonder burgerschap. Tevens dragen zij bij aan een eigentijds curriculum dat tot meer verbeelding spreekt bij kinderen, omdat zij leren wat er speelt in de samenleving én hoe zijzelf hun steentje kunnen bijdragen.
Tot slot draagt dit programma bij aan de rijke schooldag, gericht op het versterken van gelijke kansen. Het programma richt zich immers op uiteenlopende leeractiviteiten in samenwerking met verschillende bedrijven en organisaties, waardoor leerlingen zich verder en breder ontwikkelen.
Ben je voor jouw school op zoek naar info? Meld je dan aan via dit aanmeldformulier!
Stakeholderspitch 'Mijn leefomgeving en ik' Dir. basisschool Sanne Pots | De Land Bouwers
'De pilot basisonderwijs vind ik van belang, omdat boeren het belangrijk vinden dat kinderen bewust worden, van waar hun voedsel vandaan komt', vertelt Bart. 'Ik werk hier graag aan mee, omdat ik het eerlijke verhaal als agrarisch ondernemer wil vertellen'. Bekijk de pitchvideo van Bart Achtereekte: https://ap.lc/CTYkX
Om de bruikbaarheid van de lesmaterialen zo groot mogelijk te maken, is ernaar gestreefd om scholen met verschillende visies aan te spreken. Daarom is besloten om:
• kant-en-klare ‘voorgeschreven’ basismodules te ontwikkelen die weinig voorbereidingstijd vragen. • aanvullende lesideeën en leeractiviteiten uit te werken die scholen naar eigen inzicht en bijvoorbeeld in gesprek met betrokken partners nader vorm en inhoud kunnen geven.
In de vorm van een waaier
De bijgeleverde waaier illustreert de verschillende mogelijkheden om binnen het lesprogramma aan de slag te gaan met de thema’s: bodem, water, voedselketen en duurzaamheid. Het begint met de Basismodule; dit betreffen modules met uitgeschreven lessen en opdrachten die scholen zonder veel voorbereidingstijd kunnen toepassen. In zowel de onder-, midden-, als bovenbouw zijn er twee basismodules ontwikkeld. De ene basismodule omvat onderwerpen die goed aansluiten bij de herfst/winterperiode en de andere basismodule omvat onderwerpen die goed aansluiten bij de lente/ zomerperiode.
Naast de basismodule zijn er verschillende verbredende en verdiepende leeractiviteiten die aansluiten bij deze basismodule: • Gastlessen • Excursies • Aanvullende lessuggesties • W&T modules volgens de organisatie van Kids 4Twente (www.kids4twente.nl).
De school kan zelf bepalen wat je inzet en hoe je dat doen. Bijvoorbeeld alleen de basismodules, of de basismodules aangevuld met een gastles en/of extra lessuggestie. Maar ook kunnen scholen ervoor kiezen om de basismodules niet te doen en bijvoorbeeld wel een gastles of modules via Kids4Twente te volgen. Overigens geldt ook voor de basismodules dat scholen deze naar eigen inzicht kunnen uitvoeren.
Meer info Al veel basisscholen doen mee! De modules – inclusief een waaier met aanvullende lessuggesties, gastlessen, excursies en verdiepingsmateriaal van Kids4Twente – zijn gratis beschikbaar. Interesse? Wil je meer info? Mail naar: debbiekluin@delandbouwers.nl of ben je voor jouw school op zoek naar info? Meld je dan aan via dit aanmeldformulier!
Een dank je wel aan een ieder die het mogelijk heeft gemaakt om dit onderwijsprogramma tot stand te brengen.
Voorliggend rapport behandelt het onderzoek naar de geschiktheid van wilgenteelt op landbouwgronden in de beekdalen van de Dinkel en de Buurserbeek. De aanleiding hiervoor is de toenemende aandacht voor duurzame landbouwvormen die bijdragen aan biodiversiteit, landschapskwaliteit en klimaatdoelen. Specifiek is de aanleiding de opkomst van bio-based materialen, waar de wilg een opkomende grondstof voor is.
Onderzoek naar de beste locaties voor het telen van griendhout rondom de
Engbertsdijkvenen
J. Berendsen
,
W. Heikamp
,
J. Paalhaar
Rondom de Engbertdijksvenen ligt nu vooral boerenland, omdat het veengebied nu een natura 2000 gebied is kan er rond het gebied niet veel meer worden gedaan, daarom wordt er nu gedacht aan wilgengrienden rondom het veengebied. Dit om toch nog iets aan opbrengst uit de landerijen rond het veengebied te halen.
In 2024 is er in opdracht van De Land Bouwers een verkenning uitgevoerd naar de potentie van wilgenteelt in Twente. Deze verkenning bestond uit een excursie naar Van Aalsburg (april ’24), een eerste schets van een businesscase voor een agrariër en een kort literatuuronderzoek. Op basis van gesprekken met experts en een aantal vragen die nog niet beantwoord zijn, is in 2025 een verdieping uitgevoerd. In deze notitie worden de activiteiten en resultaten van deze verdieping toegelicht.
Ontwikkelen
businessmodellen
regeneratieve landbouw
in Noordoost-Friesland
en Twente
Hillie van der Bij &
,
Prof. Gjalt de Jong
,
RUG Campus Fryslân
,
Dr. Niko Wojtynia
,
Dr. Marieke Meesters &
,
Dr. Jerry van Dijk
,
UU Copernicus Institute
,
De onderzoekers van Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen hebben dit onderzoek 'Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente' uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het is echter moeilijk om “het” regeneratieve bedrijfsmodel te definiëren. De vorm van het bedrijf wordt sterk gestuurd door lokale landschapskarakteristieken, maar omdat het verdienmodel ook sterker moet aansluiten bij regionale doelen en wensen (bijvoorbeeld via vergoeding voor ecosysteemdiensten, of via lokale afzet) ook op de lokale gemeenschap, consumenten en infrastructuur.
Het onderzoek 'bodemleven in de toplaag' richt izch op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten. Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid? Bij alle bodems werd gekeken naar de hoeveelheid en diversiteit van springstaarten en mijten in die bodem.
De ontwikkelingen in de landbouw gaan snel. Niet alleen wij doen onderzoek. Anderen ook. Door kennis te delen komen we verder. En dat doen we in onze kennisbank.
We gaan graag in gesprek met partijen die ons gedachtegoed delen. Anders durven denken. Het grotere plaatje kunnen zien. Goede ideeën hebben. Of gewoon benieuwd zijn naar meer informatie. Nieuwsgierig naar wat we voor elkaar kunnen betekenen? Laat van je horen. Zetten wij de koffie vast klaar.