Lesprogramma over duurzaamheid, landbouw en natuur
Vanuit de versnellingsagenda van De Land Bouwers is samenwerking gezocht met kids4twente om tot een gezamenlijke pilot te komen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de periode tot en met 14 jaar bepalend is voor de keuzes in het leven van een kind. Kinderen zijn van nature vindingrijk. Scholen kunnen dit gedrag stimuleren door opdrachten en begeleiding die vragen om lef, creativiteit en nieuwsgierigheid.
In de regio Twente wordt hard gewerkt op verschillende vlakken om onderwijs, overheid en bedrijfsleven beter op elkaar af te stemmen. Dat is goed voor de huidige en toekomstige arbeidsmarkt, het vergroten van kennis en ervaring en het betrekken van de inwoners bij maatschappelijke dilemma’s en opgaven in onze samenleving. Kids4Twente en Stichting De Land Bouwers Twente werken samen in een Pilot om meer bewustwording te creëren over voedsel en een duurzame leefomgeving.
Projectinfo
Looptijd: 4 jaar Locatie: Twente Betrokken partijen: Kids4Twente & Regio Twente. Landschap Overijssel, Waterschap Vechtstromen & LTO Kiekeboeren.
Doel van de pilot
De Land Bouwers wil meer kennis over de landbouw in het onderwijs. Dit kan op een vrij eenvoudige manier door te zorgen dat ieder kind op de basisschool en op de middelbare school het belang inziet van en kennis maakt met duurzaamheid, landbouw & natuur. In opdracht van Regio Twente helpt Kids4Twente scholen met het ontwikkelen van onderwijs als onderdeel van hun reguliere lesprogramma, dat de vindingrijkheid van kinderen stimuleert. Zij bieden basisscholen (groepen 1 t/m 8) en middelbare scholen (brugklassen) een jaarlijks terugkerend en jaarvullend onderwijsprogramma dat aansluit bij de ontwikkelingen in onze maatschappij. Centraal hierin staat de samenwerking met allerlei onderwijsaanbieders, zoals musea, bedrijven en overheidsorganisaties. Scholen kunnen samen met de aanbieder(s) naar keuze inspirerende lesactiviteiten voor Wetenschap en Talent ontwikkelen. Dat doen zij onder begeleiding van onderwijsexperts. Denk hierbij aan gastlessen, excursies of inspirerende lesmaterialen. Kids4Twente faciliteert de ontmoeting tussen scholen en aanbieders. Hierbij proberen zij op basis van de behoefte van scholen een zo goed mogelijk match te maken.
Toegepaste methoden
De Land Bouwers Twente wil een lesprogramma over duurzaamheid, landbouw en natuur introduceren bij basisscholen. Dit programma richt zich zowel op kennis als op toepassing en is ontwikkeld met onderwijsexperts om kwaliteit en leerdoelen te garanderen. Het lesprogramma is beschikbaar voor alle groepen van het basisonderwijs, met vaste modules en optionele modules voor maatwerk. Het vervangt bestaande lespakketten voor biologie en natuur, met een integrale aanpak die onderwerpen als water, bodem, voedselproductie en duurzaamheid in samenhang behandelt. De lesmodules dragen bij aan het vergroten van de kennis en bewustwording van kinderen van 4 tot en met 12 jaar over het landelijk gebied, de herkomst van voedsel en het belang van een schone natuur.
Wat is er tot nu toe gebeurd?
Om te zorgen dat het lespakket relevant, consistent en bruikbaar is voor scholen, wordt dit ontwikkeld in samenwerking met 4 pilotscholen en met inhoudelijke inbreng van externe partijen. Bij elk leerjaar moet er aandacht zijn voor een module Wetenschap en Talent. Welke modules wordt in samenspraak bepaald met Kids4Twente en de betrokken scholen en partners van De land Bouwers als Landschap Overijssel, Waterschap Vechtstromen en LTO Kiekeboeren . Mogelijk vindt in de nabije toekomst een uitbreiding plaats voor een lespakket voor de brugklassen van het voortgezet onderwijs. Het programma heeft als titel 'Mijn Leefomgeving en ik', zodat de inhoud indien gewenst ook verder verbreed kan worden. Er is ruimte voor toekomstige uitbreiding naar het voortgezet onderwijs.
Resultaten
Op dit moment is de praktijkpilot nog in uitvoering en loopt tot en met juni/juli 2025. Momenteel zijn er al 17 scholen die het product toepassen. Ook zijn we aanwezig op diverse Netwerkcafé's om te vertellen over het bijzondere lesprogramma en onze waaier. Ben je benieuwd naar meer praktijkpilots? Lees hier meer.
Wilgenteelt in de Dinkel en Buurserbeek
B. Teunissen
,
S. Moody,
,
J. Paalhaar
Voorliggend rapport behandelt het onderzoek naar de geschiktheid van wilgenteelt op landbouwgronden in de beekdalen van de Dinkel en de Buurserbeek. De aanleiding hiervoor is de toenemende aandacht voor duurzame landbouwvormen die bijdragen aan biodiversiteit, landschapskwaliteit en klimaatdoelen. Specifiek is de aanleiding de opkomst van bio-based materialen, waar de wilg een opkomende grondstof voor is.
Onderzoek naar de beste locaties voor het telen van griendhout rondom de
Engbertsdijkvenen
J. Berendsen
,
W. Heikamp
,
J. Paalhaar
Rondom de Engbertdijksvenen ligt nu vooral boerenland, omdat het veengebied nu een natura 2000 gebied is kan er rond het gebied niet veel meer worden gedaan, daarom wordt er nu gedacht aan wilgengrienden rondom het veengebied. Dit om toch nog iets aan opbrengst uit de landerijen rond het veengebied te halen.
In 2024 is er in opdracht van De Land Bouwers een verkenning uitgevoerd naar de potentie van wilgenteelt in Twente. Deze verkenning bestond uit een excursie naar Van Aalsburg (april ’24), een eerste schets van een businesscase voor een agrariër en een kort literatuuronderzoek. Op basis van gesprekken met experts en een aantal vragen die nog niet beantwoord zijn, is in 2025 een verdieping uitgevoerd. In deze notitie worden de activiteiten en resultaten van deze verdieping toegelicht.
Bodem, water, klimaat en nutriënten spelen een belangrijke rol in de bedrijfsvoering van de melkveehouderij. Met de huidige mechanisatie ontstaan er echter knelpunten op deze vlakken, die mogelijk deels kunnen worden opgelost met de inzet van drones bij het zaaien. In dit project onderzoeken we de inzet van drones voor het zaaien van vanggewassen in percelen met snijmais op zandgrond.
Het zaaimoment van onderzaai in mais met traditionele zaaimachines is niet optimaal, waardoor vanggewassen zich niet goed ontwikkelen. Bijvoorbeeld bij droge zomers, waarbij zaailingen van vanggewassen te weinig water krijgen en kunnen uitdrogen. Drone zaaien kan wellicht hier een uitkomst voor zijn.
Door met drones de groenbemester te zaaien is het moment van onderzaaien en het niet bewerken van de grond beter te combineren met een goede maisteelt. Ook is de lengte van het maisgewas dan niet meer bepalend. Als er niet over de grond gereden hoeft te worden bij het zaaien, wordt daarnaast structuurschade aan de bodem en schade aan de maisplanten voorkomen. Gunstige zaaiomstandigheden op natte percelen kunnen daardoor beter benut worden
Ontwikkelen
businessmodellen
regeneratieve landbouw
in Noordoost-Friesland
en Twente
Hillie van der Bij &
,
Prof. Gjalt de Jong
,
RUG Campus Fryslân
,
Dr. Niko Wojtynia
,
Dr. Marieke Meesters &
,
Dr. Jerry van Dijk
,
UU Copernicus Institute
,
De onderzoekers van Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen hebben dit onderzoek 'Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente' uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het is echter moeilijk om “het” regeneratieve bedrijfsmodel te definiëren. De vorm van het bedrijf wordt sterk gestuurd door lokale landschapskarakteristieken, maar omdat het verdienmodel ook sterker moet aansluiten bij regionale doelen en wensen (bijvoorbeeld via vergoeding voor ecosysteemdiensten, of via lokale afzet) ook op de lokale gemeenschap, consumenten en infrastructuur.
Deze brochure van de WUR biedt inspiratie en voorbeelden voor agrarische ondernemers en adviseurs om natuur in hun bedrijfsvoering te integreren. De verhalen in de brochure zijn verzameld tussen 2017-2018. De nadruk ligt op de verbinding tussen landbouw en natuur, met focus op verdienmodellen. De LNV-visie promoot natuurinclusieve landbouw waarbij natuurwaarde en economie samengaan. Het doel is om effectieve verdienmodellen te creëren waarbij zowel agrarische productie als natuurwaarde worden benut.
Het onderzoek 'bodemleven in de toplaag' richt izch op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten. Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid? Bij alle bodems werd gekeken naar de hoeveelheid en diversiteit van springstaarten en mijten in die bodem.
De ontwikkelingen in de landbouw gaan snel. Niet alleen wij doen onderzoek. Anderen ook. Door kennis te delen komen we verder. En dat doen we in onze kennisbank.
We gaan graag in gesprek met partijen die ons gedachtegoed delen. Anders durven denken. Het grotere plaatje kunnen zien. Goede ideeën hebben. Of gewoon benieuwd zijn naar meer informatie. Nieuwsgierig naar wat we voor elkaar kunnen betekenen? Laat van je horen. Zetten wij de koffie vast klaar.