Samen met agrariërs uit de regio zijn de essentiële voorwaarden voor toekomstbestendige landbouw verkend en is een strategisch gebiedsgericht ontwerp ontwikkeld.
Drie randvoorwaarden kwamen hierbij nadrukkelijk naar voren:
- Telen binnen de grenzen van beschikbare zoetwatervoorraden,
- Hoogwaardig landgebruik, en
- Een gezond verdienvermogen voor agrariërs.
Daarnaast zijn bredere duurzaamheidsambities geformuleerd, waarbij werd benadrukt dat integrale duurzaamheid – ecologisch, economisch en sociaal – als uitgangspunt dient.
Het project illustreert hoe schaarste aan natuurlijke hulpbronnen – zoals water en landbouwgrond – invloed heeft op het type teelten en omvang van de veestapel, en opent het gesprek over alternatieve toekomstscenario’s voor de landbouw in deze gebieden.
Doel van de pilot
Het doel is om landbouw toekomstbestendig te maken door haalbare systeemontwerpen van agrarische bedrijven te maken die kunnen bijdragen aan de gebiedsdoelen. Met innovatieve toepassingen en technieken om te werken aan haalbare oplossingen waar de landbouw voor staat. Dit ontwerpproces is afgeleid van eerdere voorbeelden van Boerderijen van de Toekomst zoals in Flevoland en Zuid-Oost Nederland. Bouwstenen voor deze bedrijfssystemen van de toekomst kunnen benut gaan worden voor gebiedsgerichte voorstellen om in bedrijfsverband innovaties toe te passen die in een pioniersfase zitten.
De volgende punten zijn in het ontwerpproces besproken:
1. Vernieuwing van De Marke als innovatief bedrijfssysteem.
2. Kringlooplandbouw als basis, afgestemd op de regionale context van de Achterhoek en Twente.
3. Samenwerking met boeren, onderzoekers (WUR) en regionale partners voor een gedragen ontwerp.
4. Maatschappelijke doelen meenemen, zoals stikstofreductie, klimaatadaptatie, waterbeheer en biodiversiteit.
Toegepaste methoden
De ontwerpaanpak van deze pilot bestaat uit twee modelmatige stappen die elkaar opvolgen:
- Bodem- en watersturend landgebruik: Hierbij zijn vijf gewasgroepen gekoppeld aan de droogte- en natgevoeligheid van de bodem, met als doel het beperken van beregening. De gewaskeuze houdt ook rekening met financiële risico’s en de economische waarde van gewassen. Hierbij is gezocht naar een balans tussen haalbare praktijk en toekomstgerichte strategie.
- Hoogwaardig landgebruik: Binnen de eerder vastgestelde gewasverdeling is gekeken naar de bijdrage aan voedselzekerheid. Humane voedselgewassen zijn geoptimaliseerd voor directe menselijke consumptie. Daarbij is ook rekening gehouden met de impact van ‘food-feed’-concurrentie: het voeren van dieren met producten die ook direct voor menselijke consumptie inzetbaar zijn, wordt zo veel mogelijk vermeden.
De rekenkundige vertaling van deze ontwerpprincipes heeft inzichtelijk gemaakt dat substantiële veranderingen nodig zijn in de veestapel en gewasverdeling.
Het ontwerp is tot stand gekomen op basis van interactieve workshops met agrariërs uit de regio, gecombineerd met modelberekeningen van Wageningen Livestock Research. De deelnemers waren representatief qua regio, bedrijfstype, leeftijd en geslacht, en stonden bekend om hun innovatieve houding.
Looptijd
De pilot is uitgevoerd in het kader van de bredere landbouwtransitie in Oost-Nederland, met focus op de regio’s Achterhoek en Twente. De verkenningen, workshops en modelanalyses vonden plaats in de periode 2023–2024. Op diverse data in 2024 heeft een zevental agrariërs samen met de WUR en met Agro-innovatiecentrum De Marke intensieve discussies gevoerd over ‘De Boerderij van de Toekomst’. Om een integraal gebiedsgericht model te ontwikkelen voor duurzame melkveehouderij op zandgrond.
De vervolgfase richt zich op het opzetten van een Experimenteerlocatie, in samenwerking met regionale stakeholders. Deze locatie moet ruimte bieden voor praktijkgericht onderzoek en samenwerking op gebiedsniveau, het operationaliseren van het strategisch ontwerp. Daarbij wordt toegewerkt naar concrete afspraken over gebiedsdoelen, vergoedingen voor groen-blauwe diensten, en de rol van agrariërs in het leveren van maatschappelijke waarden zoals biodiversiteit, waterbeheer, voedselzekerheid en koolstofopslag.
De drie belangrijkste voorwaarden voor toekomstbestendige landbouw zijn volgens de deelnemende agrariërs
1) telen binnen de beschikbare hoeveelheid zoet water,
2) hoogwaardig landgebruik, en
3) het behalen van een goed verdienvermogen.
Daarnaast formuleerden agrariërs ultieme streefwaarden voor een bredere reeks aan doelthema's waaraan een toekomstbestendige landbouw volgens hen moet voldoen. Ze benadrukten hiermee dat integrale duurzaamheid belangrijk is.