Afbeelding trekker
Projecten

Druppelirrigatie

Waterkwaliteit
Bodemvruchtbaarheid
Waterberging
Druppelirrigatie
Mest
Efficiëncy

De afgelopen jaren was het goed te merken: de zomers worden steeds droger. En dat vermoeilijkt het verbouwen van gras op zandgronden. Daarom passen veel melkveebedrijven haspelberegening toe. Maar wat zijn de voordelen en mogelijkheden? Wij gingen op onderzoek uit.

Projectinfo

Looptijd: 1 jaar
Locatie: De Dinkel
Betrokken partijen: Water4All, Melkveebedrijf Erve Lemhorst, Loon- en grondverzetbedrijf Volker, VKON

Haspelberegening kan een oplossing zijn voor te droge zandgronden. Maar er zijn ook nadelen. Zo is het niet mogelijk om een perceel in één keer te beregenen, waardoor de haspel regelmatig verzet moet worden. Ook gaat er veel water verloren door verdamping, aangezien het water bovengronds wordt opgebracht. Voor alternatieve toepassingen, zoals het toedienen van meststoffen, kan een druppelirrigatiesysteem gebruikt worden. In de akkerbouw gebeurt dit al met vloeibare kunstmest, maar onder grasland en met andere meststoffen is nog weinig ervaring. De hypothese is dat deze manier van bemesting leidt tot minder uitspoeling en dat de meststoffen direct bij de plant aangebracht worden.  

Achtergrond

Melkveehouder Ter Linde in Losser bevindt zich op zandgrond langs de Dinkel en ondervindt jaarlijkse droogte op zijn grasland. Dat leidde niet alleen tot lagere opbrengsten en meer afhankelijkheid van kuilvoer, maar ook werd het weiden van de koeien moeilijker. Doordat er minder water is, gaat de kwaliteit van het gras en de biodiversiteit achteruit. De melkveehouder wilde onderzoeken of druppelirrigatie een duurzame oplossing is voor zijn droogteprobleem. Voor een druppelirrigatiesysteem wordt vaak geen grondwater gebruikt, omdat het te veel ijzer bevat. Het ontijzeren van het grondwater is echter complex en duur. Het water van de Dinkel is daarentegen wel geschikt. Een nadeel van het onttrekken van water uit de Dinkel is de lage waterstand tijdens droge periodes. Dit kan problemen veroorzaken bij het gebruik van een bronpomp door risico op het meezuigen van zand. Tegelijkertijd kan het waterpeil sterk stijgen, wat resulteert in een sterke stroming in de Dinkel. De installatie moet hier tegen bestand zijn. 

Doel van de pilot

Het doel van de praktijkpilot is om te onderzoeken wat de mogelijkheden en voordelen zijn van een ondergronds druppelirrigatiesysteem langs de Dinkel. Het project is opgezet in twee fasen. Deze eerste fase zal een Proof of Principle onderzoek zijn. Dit bestond uit 3 experimentele proeven en kennisdeling en deze zijn weer opgedeeld in 4 verschillende werkpakketten: 

  1. Testen van de Bronpomp in de Dinkel 
    Kan de installatie de lage waterstanden en sterke stroming van de Dinkel aan? We moeten een testopstelling in de Dinkel plaatsen om dit te testen. 
  2. Testen van de ondergrondse druppelirrigatie
    Zijn er voordelen van het plaatsen van druppelirrigatie onder het grasland? En wat zijn de voordelen voor kwantiteit en droogteresistentie van het gras en de kwaliteit van de bodem/biodiversiteit? Om dit te onderzoeken moeten we in een deel van het grasland een druppelirrigatie aanleggen. Op dit perceel worden gedurende de proef verschillende metingen en waarnemingen gedaan. 
  3. Testen van het toedienen van meststoffen
    Wat zijn de mogelijkheden van het toedienen van verschillende soorten meststoffen en additieven via een druppelirrigatie systeem? Er zal een proefopstelling gemaakt worden van meerdere leidingen met druppelirrigatie (zowel boven als onder de grond), waarin verschillende meststoffen getest worden op toepassingsmogelijkheden. 
  4. Kennisdeling & economische haalbaarheid 
    Hoe delen we de opgedane kennis en ervaring met melkveehouders, stakeholders en andere belanghebbenden, zodat zij de resultaten kunnen gebruiken voor vervolgstappen? Op basis van de eerste bevindingen kijken we ook naar de financiële haalbaarheid van deze technologie. 

Om te voorkomen dat er een dure installatie aangelegd werd die achteraf niet werkte, is de installatie tijdens dit project op kleine schaal getest als Proof of Principle. 

Toegepaste methoden en resultaten

We delen de toegepaste methoden per werkpakket.

  1. Testen van de Bronpomp in de Dinkel 
    Voor het testen van dit systeem creëerden we een experimentele opstelling, waarin we een bronpomp in de Dinkel plaatsten. Deze pomp koppelden we aan twee IBC’s. De IBC’s dienden als bezinkvaten voor het zand en de troep die mee kwamen tijdens het pompen. De melkveehouder hield bij hoeveel zand of troep er in de IBC’s kwam. 
     
  2. Testen van de ondergrondse druppelirrigatie 
    Voorafgaand aan het plaatsen van de druppelslangen namen we een bodemscan, bioscan en chroma als nulmeting. Daarna is de druppelirrigatie geplaatst. Voor het aanleggen van de druppelirrigatie zijn bij de melkveehouder 9 leidingen gelegd van +/- 100 meter. De druppelslangen zijn op een afstand gelegd van 60 cm en om ook naar het effect van afstand te kijken is één van de 9 leidingen op een afstand van 120 cm gelegd. De bodemscan, bioscan en chroma werden aan het einde van het seizoen herhaald. 

    Bodemexpert René Jochems groef profielkuilen en voerde een bodemconditiescore uit om onder andere het verschil in doorworteling in kaart te brengen. In totaal deed hij dit bij drie proefkuilen:
  • Onder het geïrrigeerde perceel 60 cm
  • Onder het geïrrigeerde perceel 120 cm
  • Onder het niet geïrrigeerde perceel

Daarnaast deed Loonbedrijf Volker een opbrengstmeting. Daarvoor werd een vierkante meter gemaaid van zowel het geïrrigeerde perceel als van het niet geïrrigeerde perceel. 

       3. Testen van het toedienen van meststoffen
           Voor het bemesting-experiment legden we op een ander perceel 5 boven- en ondergrondse leidingen. Met behulp van deze leidingen testten we boven-en ondergronds een aantal meststoffen om te kijken of de druppelbuizen verstopt raakten. Voor elke                    meststof werd er 2 keer per week voor 5 minuten gedoseerd en voor 22 minuten nagespoeld. Bij zowel de bovengrondse als de ondergrondse leiding gebeurde dat voor een periode van 4 weken. Deze tijden stelden we vast in samenspraak met Water4All. Elke            meststof is zo minimaal 8 keer gedoseerd. De volgende meststoffen testten we: 

  • Compostthee
  • Power Basic 
  • Spuiwater van een luchtwasser
  • Spuiwater gemengd met power basic 
  • Water

 4. Kennisdeling & economische haalbaarheid 
       Binnen het project was er een demonstratie-moment. Ook maakten we een eerste berekening van de economische haalbaarheid voor een melkveehouder op droge zandgrond. 

Resultaten

We delen de resultaten per werkpakket.

  1. Testen van de Bronpomp in de Dinkel 
    Door de vaste opstelling van de bronpomp was het niet meer nodig en mogelijk om de pomp bij verschillende weersomstandigheden te testen. Wel zagen we uit het onderzoek dat in de eerste IBC veel zand meekwam. Halverwege de praktijkpilot maakte de loonwerker de IBC’s een keer schoon. Na deze schoonmaak stelden we vast dat er 2 tot 3 cm zand in de eerste IBC zat en nagenoeg niets in de tweede. Het ezinken in de IBC bleek dus te werken. Wat wel een groot probleem vormde, was de algengroei in beide IBC’s. Deze groeiden door het zonlicht helemaal dicht aan de binnenkant. Het filter voor de tweede pomp moest daarom dagelijks schoongemaakt worden. 
     
  2. Testen van de ondergrondse druppelirrigatie 
    Voordat we de druppelirrigatie aanlegden, namen we een chroma, bodem- en bioscan op het geïrrigeerde perceel en het niet-geïrrigeerde perceel. Deze monsters namen we aan het einde van het groeiseizoen nogmaals om te vergelijken met de nulmeting. 
    De belangrijkste bevindingen van René waren:
  • Onder het geïrrigeerde perceel waren er meer wormen zichtbaar
  • In de bovenlaag was er meer doorworteling van haarvaten in het geïrrigeerde perceel
  • De bodemstructuur was beter in het geïrrigeerde perceel
  • Tussen het geïrrigeerde perceel, waar de slangen op 60 cm en op 120 cm lagen, was weinig verschil te zien

    Wat de opbrengstmeting van Loonbedrijf Volker opbracht? Het geïrrigeerde perceel had per vierkante meter ruim 300 gram meer opbrengst. Er was dus duidelijk te zien dat de hoeveelheid gras onder het geïrrigeerde perceel meer is.

     3. Testen van het toedienen van meststoffen
         De proef loopt op dit moment nog steeds met de vier eerder genoemde meststoffen. Er is nog steeds geen verstopping te zien op de bovengrondse leidingen. Aan het eind van het seizoen graven we de ondergrondse leidingen op.
 

     4. Kennisdeling & economische haalbaarheid 
         Tijdens de demonstratie-middag deelden we de opgedane kennis met mensen van Provincie Overijssel, Waterschap Vechtstromen, Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, Loonbedrijf Volker, Water4All, De Land Bouwers en enkele melkveehouders. We gingen in op              het droogteprobleem, de eerste ervaringen van druppelirrigatie én de resultaten. Op de website van VKON is zelfs een projectpagina toegevoegd voor dit project. Daarnaast deelt VKON op haar social media kanalen het een en ander over de voortgang van dit            project.

Veel waardevolle resultaten, die we in de toekomst verder kunnen verrijken. We blijven onderzoeken en de resultaten delen.

Meer weten?

Als De Land Bouwers werken we aan veel projecten met thema’s als water, bodem, verdienmodel en inspiratie. Samen met zo’n 50 stakeholders zetten we ons in voor de agrarische sector. Benieuwd naar meer van onze projecten? Bekijk ze hier.

Bodemleven in de toplaag

Nick van Eekeren ,

Eelke Jongejans ,

Maaike van Agtmaal ,

Yuxi Guo ,

Merit van der Velden ,

Carmen Versteeg ,

Henk Siepel

Het onderzoek 'bodemleven in de toplaag' richt izch op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten. Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid? Bij alle bodems werd gekeken naar de hoeveelheid en diversiteit van springstaarten en mijten in die bodem.

LEES MEER +

Kom meer
Te weten

De ontwikkelingen in de landbouw gaan snel. Niet alleen wij doen onderzoek. Anderen ook. Door kennis te delen komen we verder. En dat doen we in onze kennisbank.

Bekijk de kennisbank +

Onze partners

Tekengebied 1 kopiëren kopie 14
Tekengebied 1 kopiëren kopie 31
Tekengebied 1 kopiëren kopie 32
Tekengebied 1 kopiëren kopie 33
Tekengebied 1 kopiëren kopie 34
Tekengebied 1 kopiëren kopie 35
Tekengebied 1 kopiëren kopie 36
Tekengebied 1 kopiëren kopie 37
Tekengebied 1 kopiëren kopie 38
Tekengebied 1 kopiëren kopie 39
Tekengebied 1 kopiëren kopie 40
Tekengebied 1 kopiëren kopie 41
Tekengebied 1 kopiëren kopie 42
Tekengebied 1 kopiëren kopie 43
Tekengebied 1 kopiëren kopie 44
Tekengebied 1 kopiëren kopie 45
Tekengebied 1 kopiëren kopie 46
Tekengebied 1 kopiëren kopie 47
Tekengebied 1 kopiëren kopie 48
Tekengebied 1 kopiëren kopie 49
Tekengebied 1 kopiëren kopie 50
Tekengebied 1 kopiëren kopie 51
Tekengebied 1 kopiëren kopie 52
Tekengebied 1 kopiëren kopie 53
Tekengebied 1 kopiëren kopie 54
Tekengebied 1 kopiëren kopie 55
Tekengebied 1 kopiëren kopie 56
Tekengebied 1 kopiëren kopie 57
Tekengebied 1 kopiëren kopie 58
Tekengebied 1 kopiëren kopie 59

Laten we een
kop koffie drinken

We gaan graag in gesprek met partijen die ons gedachtegoed delen. Anders durven denken. Het grotere plaatje kunnen zien. Goede ideeën hebben. Of gewoon benieuwd zijn naar meer informatie. Nieuwsgierig naar wat we voor elkaar kunnen betekenen? Laat van je horen. Zetten wij de koffie vast klaar.

NEEM CONTACT OP +