E D Na afbeelding
Projecten

Sensorisch Landschap fase II

Bodemvruchtbaarheid
Bodemkwaliteit
Organische stof
Biodiversiteit

Het is een actuele en belangrijke opgave (in het perspectief van klimaat, natuurinclusieve landbouw, biodiversiteit) om de kwaliteit en de ecosysteemdiensten van de bodem scherp in beeld te krijgen en de uitkomsten te vertalen naar een praktische gereedschapskist voor de reguliere grondgebruiker. Voor agrariërs/pachters, landgoedeigenaren en terreinbeheerders is het van groot belang om hun geleverde maatschappelijke bijdragen aan klimaat, natuurontwikkeling en waterbeheer van hun graslandpercelen te kunnen volgen en onderbouwen en dit te verwaarden. Voor overheden is dit van belang om de effectiviteit van hun beleidsmaatregelen te kunnen toetsen en het biedt mogelijkheden om bijv. koolstofopslag, waterberging en een goede bodemkwaliteit te belonen.

Voor landbouwkundige productiviteit zijn dergelijke bodemindicatoren reeds beschikbaar (Open Bodem Index). Echter ontbreekt het nog aan indicatoren die relateren aan watervasthoudend vermogen, biodiversiteit en broeikasgasemissies. Het project Sensorisch Landschap voorziet in de ontwikkeling hiervan. 

Projectinfo

Looptijd: 1 jaar
Locatie: Percelen binnen de provincie Overijssel, provincie Gelderland, provincie Brabant
Betrokken partijen: VBNE, FPG, Stichting OBI, Coöperatie plan B, Datura Molecular Solutions BV en NMI.

Doel van de pilot

Doel van het project is om op een reeks percelen te onderzoeken of met nieuwe technieken deze ecosysteemdiensten kunnen worden gemonitord en beoordeeld. De focus is op het toepassen van eDNA analyse van de bodem en het inzetten van cheaptech IoT-sensoren. Op basis van deze metingen zullen bodemindicatoren ontwikkeld worden voor de ecosysteemdiensten: biodiversiteit, beperken broeikasgasemissies en waterregulering, en dat als toevoeging op de open source ontwikkelde indicatorenset van de Open Bodemindex (OBI).

Toegepaste methoden

In de 1e fase vinden de volgende activiteiten plaats:

  • alle door de partners ingebrachte (en extra meetreeks-) percelen worden bemonsterd voor eDNA analyse (totaal 130 percelen)
  • op deze 130 percelen wordt dit gecombineerd met een bodemvochtmeting, chemische analyse conform de OBI-standaard, biologische referentie metingen (zoals PLFA), een florakartering en een emissiemeting van lachgas en CO2
  • op 6 van deze percelen (2 per provincie) worden de ontwikkelde cheaptech bodemvochtsensoren geplaatst om te testen met langere meetreeksen, transmissie via LoRa en data-kwaliteit
  • toetsen van de te ontwikkelen CO2-respiratiesensor om de haalbaarheid van doorontwikkeling in de vervolgfase te evalueren
  • een eerste data-analyse om inzicht te krijgen welke bodemkwaliteitsindicatoren ontwikkeld kunnen worden op basis van de verkregen data
  • een eerste veldstation (met een te bemeten referentieperceel) wordt ingericht.

Resultaten

  1. Er zijn prototype indicatoren ontwikkeld op basis van eDNA en sensor data. Met deze indicatoren kan vastgesteld worden wat de vitaliteit van de bodem is en of een verandering in bodem-beheer inderdaad leidt tot herstel van de vitaliteit. Ook kunnen de indicatoren verder uitgewerkt worden om als basis te dienen voor de beloningssystematiek.
  2. Het bodemleven vertoont grote verschillen tussen extensief beheerde natuurgraslanden en agrarische graslanden. De hoeveelheid en diversiteit aan bodemleven is het hoogst in oude ongestoorde graslanden. Tussen regulier grasland en biologisch grasland zijn geen directe markante verschillen waarneembaar, want een biologische boer kan ook intensief boeren. Niettemin blijkt duurzaam, extensief beheer (regulier of biologisch) bepalend voor de mate van verscheidenheid van levensgemeenschappen in de bodem. Spaarzame bemesting en terughoudende bodembewerking geven aanmerkelijke verschillen te zien.
  3. Organische stof en een goed ontwikkeld bodemleven gaan hand in hand. Een lager organisch stofgehalte betekent minder bodemleven en andersom. Allerlei organismen die nuttige dingen doen in de bodem, zoals het vastleggen van stikstof komen in lagere aantallen voor als het organische stofgehalte laag is. Bodembeheer dat organisch stofgehalte verhoogt, in combinatie met extensiever beheer, verbetert daardoor het functioneren van de bodem.
  4. Verdichting blijkt een cruciale factor die de biodiversiteit en het functioneren van de bodem negatief beïnvloeden. Allerlei belangrijk bodemleven komt in lagere aantallen voor in verdichte bodems. Zowel biologische als gangbare boeren kunnen de bodem te intensief bewerken of overbemesten. Om een vitale bodem te creëren is het daarom essentieel om te voorkomen dat er met zware machines gewerkt wordt, zeker onder natte omstandigheden. In fase 2 kan worden gezocht naar mogelijkheden om reeds bestaande bodemverdichting op te heffen zonder daarbij het bodemleven te schaden.
  5. Jarenlange (intensieve) bemesting leidt tot hoge bodemvoorraad fosfor en een afname van bodemleven. Percelen met een P-AL groter dan 45 mg P2O5/ 100g kennen zelden een grote hoeveelheid bodemleven. Daarom komt het functioneren van de bodem in het gedrang als er te intensief bemest is. Om het bodemleven te herstellen is het noodzakelijk om de bodemvoorraad fosfor te verkleinen. Dit kan door middel van uitmijnen of afgraven. Het is echter essentieel om ervoor te zorgen dat de organische stof en de CEC niet te ver dalen omdat dit nadelige effecten heeft op het bodemleven. Dat kan door bemesten met fosfor arme organische mest. De eDNA indicatoren vormen een belangrijk instrumentarium om de balans te vinden tussen uitmijnen van fosfaat en het verhogen van organisch stofgehalte.
  6. Een hogere bovengrondse biodiversiteit, en specifiek kruidenrijkheid gaan samen met de aanwezigheid en afwezigheid van specifieke groepen organismen in de bodem. Een groot deel daarvan heeft een rol in de stikstofcyclus. Op percelen die volledig bemest worden met drijfmest, is het aandeel ammonium-consumerende organismen groter. Deze organismen zetten ammonium om in nitraat, dat vervolgens makkelijk kan uitspoelen naar het grondwater of omgezet kan worden in het broeikasgas lachgas. Op bodems met een groot aandeel ammonium- consumerende organismen is de kruidenrijkheid lager. Bij een hogere kruidenrijkheid worden er juist meer stikstofbindende bacteriën aangetroffen. Een evenwichtige stikstofbemesting kan de biodiversiteit verbeteren en houdt rekening met wat de bodem aankan en maakt gebruik van wat het bodemleven zelf kan leveren. Precisiebemesting kan een rol spelen in het vergroten van de gewasopbrengst en tegelijkertijd het stikstofverlies te beperken. Tenslotte kan het aandeel ammonium-consumerende organismen potentieel gebruikt worden als indicator voor stikstof-depositie in natuurgebieden en de verandering van het bodemleven die deze depositie teweegbrengt.
  7. Koolstof die door het gewas en bemesting wordt toegevoegd aan de bodem wordt door het bodemleven weer deels of volledig uitgestoten als CO2. Een divers bodemleven lijkt de koolstof efficiënter te kunnen benutten: per eenheid organisch koolstof vindt minder uitstoot plaats. Echter over de linie geldt dat hoe meer organische koolstof er al in de bodem zit, hoe groter de maximale uitstoot. Om toegevoegde koolstof vast te kunnen houden, is het dus cruciaal om de condities van maximale uitstoot te voorkomen. In de praktijk betekent dit het nemen van maatregelen die bodemvocht in (droge) zomers verhogen, zoals omgekeerde drainage op veenpercelen en bevloeien op zandpercelen.
  8. De potentiële methaanuitstoot was op 25% van de percelen positief. Dit betekent dat op de meeste percelen methaan netto geconsumeerd wordt door het bodemleven. Met eDNA metingen zijn methaan-oxiderende bacteriën gemeten, maar er is nog geen duidelijke relatie gevonden met de mate van methaanconsumptie. Op die percelen waar wel methaan werd uitgestoten was dit (in CO2-eq) aanzienlijk lager dan de CO2 uitstoot. Gemiddeld lijken graslanden een positieve bijdrage te leveren aan het verlagen van de concentratie methaan in de atmosfeer.
  9. De waterregulatie op een perceel is cruciaal voor de bodemvitaliteit en heeft een complexe wisselwerking met het bodemleven. Vochtgehaltes bepalen welk bodemleven er mogelijk is. Zo is er op percelen met een zeer hoge grondwaterstand een lagere diversiteit in het bodemleven en zijn er veel minder schimmels. Tegelijkertijd zorgt bodemleven voor een hoger watervasthoudend vermogen en dragen regenwormen bij aan de infiltratie. Aanhoudende droogte, zoals in 2022, kan veel schade opleveren voor biodiversiteit, broeikasgasuitstoot en bodemleven. Maatregelen om meer water vast te houden of aan te voeren kunnen daarmee positief bijdragen aan verschillende klimaat- en biodiversiteitsopgaven en tegelijkertijd ook economisch voordeel opleveren door opbrengstverliezen te verminderen. Zo is in bevloeid grasland een groot volume water opgeslagen, waarmee de productiviteit van het gewas tot ver in de zomer van 2022 is gehandhaafd.

Meer weten?

Meer uitgelichte pilots vind je hier. Nog vragen? Neem contact met ons op. 

 

Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente

Hillie van der Bij & ,

Prof. Gjalt de Jong ,

RUG Campus Fryslân ,

Dr. Niko Wojtynia ,

Dr. Marieke Meesters & ,

Dr. Jerry van Dijk ,

UU Copernicus Institute ,

De onderzoekers van Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen hebben dit onderzoek 'Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente' uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het is echter moeilijk om “het” regeneratieve bedrijfsmodel te definiëren. De vorm van het bedrijf wordt sterk gestuurd door lokale landschapskarakteristieken, maar omdat het verdienmodel ook sterker moet aansluiten bij regionale doelen en wensen (bijvoorbeeld via vergoeding voor ecosysteemdiensten, of via lokale afzet) ook op de lokale gemeenschap, consumenten en infrastructuur. 

LEES MEER +

Bodemleven in de toplaag

Nick van Eekeren ,

Eelke Jongejans ,

Maaike van Agtmaal ,

Yuxi Guo ,

Merit van der Velden ,

Carmen Versteeg ,

Henk Siepel

Het onderzoek 'bodemleven in de toplaag' richt izch op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten. Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid? Bij alle bodems werd gekeken naar de hoeveelheid en diversiteit van springstaarten en mijten in die bodem.

LEES MEER +

Kom meer
Te weten

De ontwikkelingen in de landbouw gaan snel. Niet alleen wij doen onderzoek. Anderen ook. Door kennis te delen komen we verder. En dat doen we in onze kennisbank.

Bekijk de kennisbank +

Onze partners

Tekengebied 1 kopiëren kopie 14
Tekengebied 1 kopiëren kopie 31
Tekengebied 1 kopiëren kopie 32
Tekengebied 1 kopiëren kopie 33
Tekengebied 1 kopiëren kopie 34
Tekengebied 1 kopiëren kopie 35
Tekengebied 1 kopiëren kopie 36
Tekengebied 1 kopiëren kopie 37
Tekengebied 1 kopiëren kopie 38
Tekengebied 1 kopiëren kopie 39
Tekengebied 1 kopiëren kopie 40
Tekengebied 1 kopiëren kopie 41
Tekengebied 1 kopiëren kopie 42
Tekengebied 1 kopiëren kopie 43
Tekengebied 1 kopiëren kopie 44
Tekengebied 1 kopiëren kopie 45
Tekengebied 1 kopiëren kopie 46
Tekengebied 1 kopiëren kopie 47
Tekengebied 1 kopiëren kopie 48
Tekengebied 1 kopiëren kopie 49
Tekengebied 1 kopiëren kopie 50
Tekengebied 1 kopiëren kopie 51
Tekengebied 1 kopiëren kopie 52
Tekengebied 1 kopiëren kopie 53
Tekengebied 1 kopiëren kopie 54
Tekengebied 1 kopiëren kopie 55
Tekengebied 1 kopiëren kopie 56
Tekengebied 1 kopiëren kopie 57
Tekengebied 1 kopiëren kopie 58
Tekengebied 1 kopiëren kopie 59

Laten we een
kop koffie drinken

We gaan graag in gesprek met partijen die ons gedachtegoed delen. Anders durven denken. Het grotere plaatje kunnen zien. Goede ideeën hebben. Of gewoon benieuwd zijn naar meer informatie. Nieuwsgierig naar wat we voor elkaar kunnen betekenen? Laat van je horen. Zetten wij de koffie vast klaar.

NEEM CONTACT OP +