In opdracht van De Land Bouwers is er in de afgelopen 3 jaar een grootschalige proeftuin gerealiseerd. Er is op ruim 200 hectare akker,- en grasland in Twente compost ingezet als bodemverbeteraar. Bekeken wordt of een langjarige campagne mogelijk is om het organische stofgehalte in de bodem, in een gebied dat wordt bedreigd door verschraling van de landbouwgrond, op het gewenste peil te brengen en verdroging van de bodem in het gebied tegen te gaan.
Projectinfo
Looptijd: 3 jaar Locatie: Twente Betrokken partijen: Diverse agrariërs, DLV en Twence
Is het gebruik van compost geschikt als bodemverbeteraar? I.s.m. diverse partijen waaronder een grote groep boeren hebben een onderzoek gedaan.
Inleiding
In Twente wordt bij Twence in Hengelo compost geproduceerd uit groenafval en GFT-afval. Er wordt inmiddels al meer dan twintig jaar onderzoek gedaan naar de positieve bijdrage van de toepassing van compost als organische meststof op de kwaliteit van de landbouwbodem. Van groente-, fruit- en tuinafval maakt Twence Keurcompost. Deze Keurcompost is een gecertificeerd product dat wordt geproduceerd volgens strenge criteria. De compost wordt gebruikt als bodemverbeteraar in de land- en tuinbouw. In totaal produceert Twence jaarlijks meer dan 35.000 ton compost dat voldoet aan de kwaliteitseisen van Keurcompost. In het kader van circulariteit en lokale kringlopen zou Twence graag zien dat een groter deel van deze compost gebruikt wordt op het Twentse land waar voedsel wordt verbouwd voor onder andere de Twentse inwoners. Het gebruik van Keurcompost op landbouwgronden past bij de ambities van Twence om bij te dragen aan de verduurzaming van de regio en het sluiten van kringlopen.
Toegepaste methoden en resultaten
De Land Bouwers hebben een grootschalige proeftuin gerealiseerd door op 200 hectare akkerland in Twente compost in te zetten als bodemverbeteraar. Binnen deze pilot wordt bekeken of een langjarige campagne invloed heeft op het organische stofgehalte in de bodem in het pilot-gebied. Middels compost wordt bekeken of de dreigende verschraling van de landbouwgrond op het gewenste peil te brengen of te verhogen is en verdroging van de bodem in het gebied tegen is te gaan.
DLV Advies is projectleider en zorgt voor een kort uitvoeringsplan waarbij duidelijk wordt welke afspraken gemaakt worden tussen boeren en Twence om de levering van de compost aan de boeren logistiek te organiseren en vast te stellen wat de uitgangssituatie is. Tevens is er gekeken wat er in het monitoringsplan aan metingen en analyses wordt opgenomen en in hoeverre dat al wordt bijgehouden in de bestaande programma’s waaraan de boeren deelnemen en die al regulier worden bijgehouden.
In onderstaande boxplot zie je de spreiding in de verhoging van de organische stof van de deelnemende percelen. In 2021 was de spreiding tussen de percelen van 2,3% tot 6,8% organische stof. Gemiddeld is de organische stof met 0,25% toegenomen op de deelnemende percelen. De spreiding in 2024 tussen de percelen is van 2,7% tot 9,3% organische stof. De boxplot visualiseert de verdeling van de data, inclusief de mediaan (de lijn in de box), de interkwartielafstand (de breedte van de box) en eventuele uitschieters.
De deelnemende boeren geven aan positief terug te kijken op de aangevoerde compost. Compost is wel een product dat tijd nodig heeft om effecten te kunnen meten en zien. Ondernemers die het compost over het grasland strooiden, geven wel aan dat in het voorjaar gestrooide compost zorgt voor “donders groen” gras. Dit was een van de opmerkingen die we van de deelnemers kregen tijdens de bedrijfsbezoeken in het voorjaar.
Resultaten na onderzoek
Uit de bodemanalyses van het project blijkt dat op vrijwel alle percelen het stikstof leverend vermogen (NLV) is toegenomen, met een gemiddelde stijging van 10 kg N/ha. Dit komt voornamelijk doordat het totale stikstofgehalte in de bodem is gestegen, samen met een daling van de C/N-verhouding. De afbraak van organische stof verloopt sneller bij een lagere C/N-verhouding, wat gunstig is voor de beschikbaarheid van nutriënten en het bodemleven. Ondanks de stijging van het stikstofgehalte door compostgebruik, wordt de stikstof in de bodem niet direct vrijgemaakt, maar aangevuld en beschikbaar gesteld voor planten.
Daarnaast heeft het gebruik van compost geleid tot een toename van de organische stof in de bodem met gemiddeld 0,25%. Deze toename komt overeen met de verwachte stijging van 1% in tien jaar bij de aanwending van 20 ton compost per hectare. Hoewel er variatie is tussen percelen, draagt de organische stofopbouw bij aan een beter vochtvasthoudend vermogen van de grond, waarbij 1% organische stof zorgt voor 6 mm extra vochtretentie.
Wat opvalt, is dat de gehalten aan sporenelementen in de bodem zijn afgenomen. Een mogelijke verklaring is dat de verhoogde stikstofbeschikbaarheid mineralen sneller beschikbaar en opgenomen maakt, en de aanvulling vanuit compost onvoldoende is om dit te compenseren.
Mestwetgeving Binnen intensieve melkveebedrijven met mestoverschotten wordt compostgebruik soms als belemmerend ervaren vanwege de combinatie van mestafvoer en compostaanvoer. Dit benadrukt de noodzaak voor een herziening van mestbeheerstrategieën om meer duurzame en economische oplossingen te vinden.
Meer weten?
Benieuwd naar meer van onze projecten? Je leest ze hier.
Ontwikkelen
businessmodellen
regeneratieve landbouw
in Noordoost-Friesland
en Twente
Hillie van der Bij &
,
Prof. Gjalt de Jong
,
RUG Campus Fryslân
,
Dr. Niko Wojtynia
,
Dr. Marieke Meesters &
,
Dr. Jerry van Dijk
,
UU Copernicus Institute
,
De onderzoekers van Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen hebben dit onderzoek 'Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente' uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het is echter moeilijk om “het” regeneratieve bedrijfsmodel te definiëren. De vorm van het bedrijf wordt sterk gestuurd door lokale landschapskarakteristieken, maar omdat het verdienmodel ook sterker moet aansluiten bij regionale doelen en wensen (bijvoorbeeld via vergoeding voor ecosysteemdiensten, of via lokale afzet) ook op de lokale gemeenschap, consumenten en infrastructuur.
Het onderzoek 'bodemleven in de toplaag' richt izch op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten. Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid? Bij alle bodems werd gekeken naar de hoeveelheid en diversiteit van springstaarten en mijten in die bodem.
De ontwikkelingen in de landbouw gaan snel. Niet alleen wij doen onderzoek. Anderen ook. Door kennis te delen komen we verder. En dat doen we in onze kennisbank.
We gaan graag in gesprek met partijen die ons gedachtegoed delen. Anders durven denken. Het grotere plaatje kunnen zien. Goede ideeën hebben. Of gewoon benieuwd zijn naar meer informatie. Nieuwsgierig naar wat we voor elkaar kunnen betekenen? Laat van je horen. Zetten wij de koffie vast klaar.