Exterkate afbeelding
Projecten

Beperken emissie ammoniak

CO2 vastlegging
Stikstof
Efficiëncy
Optimalisatie
Bodemvruchtbaarheid
Organische stof
Biodiversiteit
Mest

Bij ‘Bij de Oorsprong’ heeft een systeem ontwikkeld waarmee drijfmest wordt behandeld met Micro-organismen en koolstofproducten. Doel hiervan is om emissie van ammoniak in de stallen terug te dringen en om bij toepassing op het land de nitraatuitspoeling terug te dring, meststoffen langer beschikbaar te maken voor gewassen en een betere vochthuishouding in de bodem te realiseren, zodat agrariërs uiteindelijk geen kunstmest meer hoeven toe te passen. Hoe effectief is dit zelf ontwikkelde vernevelingssysteem? 

Projectinfo

Looptijd: 1 jaar
Locatie: Bentelo
Betrokken partijen: TAUW B.V., Bij de Oosprong, familie Extercate

Doel van de pilot

Onderzoeken van de emissie reducerende werking van het behandelplan (vernevelingssysteem) van ‘Bij de Oorsprong’ voor biggen opfok-stallen.

Algemene toegepaste methoden

De metingen zijn uitgevoerd op drie (3) mechanisch geventileerde biggen opfok afdelingen. Van januari 2020 tot medio november 2020 zijn verdeeld over 11 maanden zes 24-uurs continu metingen verricht. 

Elke meting in de afdeling bestond uit NH3, fijn stof en CO2 metingen en twee meetpunten voor temperatuur en relatieve vochtigheid. Daarnaast zijn er inlaatluchtmetingen aan de inlaat van de stal verricht.  CO2 metingen zijn verricht ter controle van de landbouwkundige randvoorwaarde voor CO2. 

De verdeling van de 6 metingen is ingevuld binnen de opeenvolgende tijdvakken van twee maanden; de metingen zijn zodanig verdeeld dat de helft van de metingen in het eerste deel en de andere helft in het tweede deel van de productieperiode valt. De metingen in het tweede deel van de productieperiode zijn gelijkmatig over de jaarkwartalen verdeeld. 

In de buitenlucht zijn ook de temperatuur, de luchtvochtigheid, de windsnelheid en de windrichting geregistreerd met een lokaal weerstation. 

Resultaten 

  • Om het onderzoek naar het emissieniveau van de meetstal van Extercate uit te voeren, zijn conform het meetprotocol (Ogink et al., 2017) diverse parameters vastgelegd om aan te tonen dat tijdens de metingen is voldaan aan de landbouwkundige voorwaarden. De voorwaarden betreffen de huisvesting van het vee, de voeding, de veterinaire zorg en hygiëne, het klimaat en diverse gegevens. 
  • In het meetprotocol (Ogink et al., 2017) wordt een aantal landbouwkundige randvoorwaarden beschreven waaraan meet/proefstallen dienen te voldoen voor deze diercategorie indien een emissiefaktor vastgesteld zou moeten worden). Er wordt voldaan aan de landbouwkundige eisen voor de diercategorie. 
  • Op de emissiewaarden van de 6 perioden is een uitbijtertoets gedaan volgens de boxplotmethode.  Er zijn volgens deze methode geen uitbijters onder de NH3 emissie metingen. 
  • De ammoniakemissie van de afdelingen is bepaald op respectievelijk 0,38 (case Bij de Oorsprong), 0,43 (case met water) en 0,41 (control afdeling) in kg per dierplaats per jaar, gebaseerd op de gegevens van zes meetperioden. 
  • De ammoniakemissie van de afdelingen zijn bepaald op respectievelijk 0,38 (case Bij de Oorsprong), 0,41 (case met water ) en 0,44 (control afdeling) in kg per dier per jaar, gebaseerd op de gegevens van zes meetperioden. Indien de continue registratie van ammoniak wordt beschouwd dan is de ammoniakemissie van de afdelingen respectievelijk 0,52 (case Bij de Oorsprong), 0,71 (case met water ) en 0,75 (control afdeling) in kg per dier per jaar. 
  • De gemeten ammoniak-emissie van de control stal was met 0,44/0,75  kg NH3 per dierplaats per jaar representatief voor een traditionele stal voor biggenopfok met emissiefaktor van 0,69 kg/dp/jaar. 
  • De continue registratie van fijn stof geeft voor de  PM10 emissie van de afdelingen respectievelijk 0,01 (case Bij de Oorsprong), 0,03 (case met water ) en 0,04 (control afdeling) kg per dier per jaar. 
  • De gemeten PM10-emissie van de control stal was met 0,04 g stof per dier per jaar laag voor de stal met emissiefaktor van 74 g/dier/jaar.  De meetwaarden voor stof worden als niet representatief  gezien, omdat de emissie erg laag is en de stofmonitor registraties werden verstoord door de toegepaste verneveling in de case-afdelingen. 
  • Het emissie reducerende effect van het behandelplan van Bij de Oorsprong kan worden bepaald voor de case-control situatie en is bepaald op 15% voor ammoniak bij beschouwing van de 6 meetperioden. Bij beschouwing van de continue registraties over 11 maanden is het effect van behandelplan van Bij de Oorsprong 30 % voor ammoniak. 

Meer weten?

Meer uitgelichte pilots vind je hier. Nog vragen? Neem contact met ons op. 

Rapport Drone zaaien

Jansink R. ,

Jansma A. ,

Stokkermans T.

Bodem, water, klimaat en nutriënten spelen een belangrijke rol in de bedrijfsvoering van de melkveehouderij. Met de huidige mechanisatie ontstaan er echter knelpunten op deze vlakken, die mogelijk deels kunnen worden opgelost met de inzet van drones bij het zaaien. In dit project onderzoeken we de inzet van drones voor het zaaien van vanggewassen in percelen met snijmais op zandgrond.

Het zaaimoment van onderzaai in mais met traditionele zaaimachines is niet optimaal, waardoor vanggewassen zich niet goed ontwikkelen. Bijvoorbeeld bij droge zomers, waarbij zaailingen van vanggewassen te weinig water krijgen en kunnen uitdrogen. Drone zaaien kan wellicht hier een uitkomst voor zijn. 

Door met drones de groenbemester te zaaien is het moment van onderzaaien en het niet bewerken van de grond beter te combineren met een goede maisteelt. Ook is de lengte van het maisgewas dan niet meer bepalend. Als er niet over de grond gereden hoeft te worden bij het zaaien, wordt daarnaast structuurschade aan de bodem en schade aan de maisplanten voorkomen. Gunstige zaaiomstandigheden op natte percelen kunnen daardoor beter benut worden

LEES MEER +

Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente

Hillie van der Bij & ,

Prof. Gjalt de Jong ,

RUG Campus Fryslân ,

Dr. Niko Wojtynia ,

Dr. Marieke Meesters & ,

Dr. Jerry van Dijk ,

UU Copernicus Institute ,

De onderzoekers van Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen hebben dit onderzoek 'Ontwikkelen businessmodellen regeneratieve landbouw in Noordoost-Friesland en Twente' uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het is echter moeilijk om “het” regeneratieve bedrijfsmodel te definiëren. De vorm van het bedrijf wordt sterk gestuurd door lokale landschapskarakteristieken, maar omdat het verdienmodel ook sterker moet aansluiten bij regionale doelen en wensen (bijvoorbeeld via vergoeding voor ecosysteemdiensten, of via lokale afzet) ook op de lokale gemeenschap, consumenten en infrastructuur. 

LEES MEER +

Bodemleven in de toplaag

Nick van Eekeren ,

Eelke Jongejans ,

Maaike van Agtmaal ,

Yuxi Guo ,

Merit van der Velden ,

Carmen Versteeg ,

Henk Siepel

Het onderzoek 'bodemleven in de toplaag' richt izch op een belangrijke indicator voor bodemleven: de aanwezigheid van springstaarten en mijten. Twintig landbouwgraslanden bij melkveebedrijven en twintig graslanden in natuurbeheer met een agrarische historie zijn onderzocht. Hierbij vergeleken de onderzoekers de bodems op drie vlakken. Ten eerste het effect van landgebruik: gaat het om grasland in natuurbeheer of graslanden voor veehouderij? Ten tweede de verschillen in leeftijd van grasland sinds de laatste bodembewerkingen. Ten derde de invloed van het soort beheer: wordt er gemaaid of beweid? Bij alle bodems werd gekeken naar de hoeveelheid en diversiteit van springstaarten en mijten in die bodem.

LEES MEER +

Kom meer
Te weten

De ontwikkelingen in de landbouw gaan snel. Niet alleen wij doen onderzoek. Anderen ook. Door kennis te delen komen we verder. En dat doen we in onze kennisbank.

Bekijk de kennisbank +

Onze partners

Tekengebied 1 kopiëren kopie 14
Tekengebied 1 kopiëren kopie 31
Tekengebied 1 kopiëren kopie 32
Tekengebied 1 kopiëren kopie 33
Tekengebied 1 kopiëren kopie 34
Tekengebied 1 kopiëren kopie 35
Tekengebied 1 kopiëren kopie 36
Tekengebied 1 kopiëren kopie 37
Tekengebied 1 kopiëren kopie 38
Tekengebied 1 kopiëren kopie 39
Tekengebied 1 kopiëren kopie 40
Tekengebied 1 kopiëren kopie 41
Tekengebied 1 kopiëren kopie 42
Tekengebied 1 kopiëren kopie 43
Tekengebied 1 kopiëren kopie 44
Tekengebied 1 kopiëren kopie 45
Tekengebied 1 kopiëren kopie 46
Tekengebied 1 kopiëren kopie 47
Tekengebied 1 kopiëren kopie 48
Tekengebied 1 kopiëren kopie 49
Tekengebied 1 kopiëren kopie 50
Tekengebied 1 kopiëren kopie 51
Tekengebied 1 kopiëren kopie 52
Tekengebied 1 kopiëren kopie 53
Tekengebied 1 kopiëren kopie 54
Tekengebied 1 kopiëren kopie 55
Tekengebied 1 kopiëren kopie 56
Tekengebied 1 kopiëren kopie 57
Tekengebied 1 kopiëren kopie 58
Tekengebied 1 kopiëren kopie 59

Laten we een
kop koffie drinken

We gaan graag in gesprek met partijen die ons gedachtegoed delen. Anders durven denken. Het grotere plaatje kunnen zien. Goede ideeën hebben. Of gewoon benieuwd zijn naar meer informatie. Nieuwsgierig naar wat we voor elkaar kunnen betekenen? Laat van je horen. Zetten wij de koffie vast klaar.

NEEM CONTACT OP +